Skeeter

Avonturen van onze Volkswagen T2b 1978

India slideshow

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Advertenties

India 2016: De laatste dagen in Jaipur en Mumbai

Nadat we ontslagen waren uit het ziekenhuis, hadden we ineens nog wat extra dagen samen! Het oorspronkelijke plan was dat ik naar het strand zou gaan en Jasper de documentaire in Mumbai zou gaan draaien, maar we hadden alle vluchten gemist, en Jap was veruit niet op krachten om 20 uur per dag met een camera rond te lopen.

Tijd dus voor een nieuw plan: we blijven nog een paar dagen in Jaipur, om aan te sterken en om rustig nog wat dingen te zien. Het Amer fort was het enige wat we hadden gezien, naast de uitzichten vanuit de taxi’s van en naar het ziekenhuis.

Onze chauffeur Pappu nam ons dus mee naar Jantar Mantar: een observatorium uit 1730. Op het terrein staan allemaal verschillende instrumenten (yantra’s) die de tijd kunnen meten, maar ook eclipsen, sterren en planeten kunnen volgen. Op het terrein staat ook de grootste (en nauwkeurigste) zonnewijzer ter wereld. Ze kunnen op 2 seconden nauwkeurig de juiste tijd aflezen!


Maar het zou onze vakantie niet zijn als het allemaal ineens heel makkelijk ging! Nadat we bovenstaande foto hadden gemaakt, heb ik mijn iPhone niet goed terug gedaan in de tas. Hij bleef dus liggen op het bankje. Een paar minuten later kwamen we erachter dat de iPhone miste, en renden we terug naar het bankje. iPhone weg. Iemand had hem dus meegenomen, dus we gingen meteen naar de bewaking en de entree om te hopen op een eerlijke vindiër. Helaas was hij niet afgeleverd maar kregen we wel de heerlijke uitspraak: no problem, we have cameras. Op die camera’s gingen we hard opzoek naar de vinder die inmiddels tot dief was gebombardeerd, en na een paar minuten zorgvuldig kijken zagen we een gezinnetje waarvan de vrouw de iPhone in haar sari stak. Ze wandelden rustig verder om nog een paar astronomieën te observeren, en verlieten het terrein.


De bewakers zeiden dat we snel naar het City Palace moesten, naast het observatorium. De meeste mensen gaan daar namelijk daarna naar toe! Gewapend met deze foto holden we daarheen, spraken meteen de politie en security aan en binnen twee minuten kwamen ze ‘nietsvermoedend’ aanwaggelen.

En toen kwam een enorme lading met smoezen. Ze wisten van niks. Maar toen hadden ze hem gepakt, en toen per ongeluk niet aan een bewaker gegeven maar naar buiten gelopen. (Just made one mistake!) Toen ging mijn telefoon over (want Jasper belde) en nam hij op (niet waar), en pakte iemand anders de telefoon van hem af, dus hij was geen dief maar een slachtoffer want de iPhone was ook van hem gestolen. Jasper had overigens drie keer gebeld, en kreeg meteen de voicemail. En het was natuurlijk onwijs sneu dat zijn gestolen telefoon meteen was doorgestolen.

Uiteindelijk na een uur streng politieverhoor kon hij hem toch weer vinden! Hij had hem aan iemand gegeven die hem bewaakte voor hem omdat hij hem per ongeluk niet aan een guard had gegeven maar hem wel aan iemand moest geven omdat hij geen dief was. Hij had alleen per ongeluk mijn SIM kaart eruit gehaald (waarvoor je per ongeluk een speciaal pinnetje bij je moet hebben), en per ongeluk op straat gegooid. Kan gebeuren, dat zagen wij ook wel in, dus toen hebben we hem verzocht maar even op straat te gaan zoeken naar de simkaart.

Na een uurtje zoeken bleek dat hij hem per ongeluk toch in de bosjes van het park gegooid had! Met man en macht hebben ze toen de halve haag eruitgehaald om te zoeken. Niet gevonden, helaas. (Het is de tweede man van rechts)


En die man maar zeggen dat het een foutje was… Het was ook echt een rijke, dikke vent! Dus Jasper heeft hem ook nog 40 euro laten betalen voor het belletje met Vodafone en de uren die onze taxi extra moest wachten.

Uiteindelijk vroeg de politie of we alsjeblieft geen aangifte wilden doen want daar hadden ze geen manpower voor! We moesten op een a4tje officieel opschrijven dat de telefoon terug was gekregen en dat we geen complaint zouden filen. We begrepen ook wel dat er in India wellicht iets dringender zaken voor de politie zijn dan een teruggevonden iPhone van westerlingen, dus nadat we de man nog even heel duidelijk hadden gemaakt dat hij een dief was, en de politie extra vroegen het hen nog even moeilijk te maken zonder aangifte, tekenden we het briefje.


Inmiddels was Jantar Mantar al lang gesloten, dus gingen we weer terug naar het hotel waar we een heerlijke Radjastani maaltijd hebben genoten. Terwijl er een pauw op het dak zat!


De volgende dag (dinsdag) waren we al vroeg wakker, en besloten we meteen terug te gaan naar Jantar Mantar. We vonden een gids die ons kon rondleiden. Hij vertelde over alle instrumenten die er stonden. Er was een Maharadja die geïnteresseerd was in astronomie. Vlakbij zijn paleis ontwierp hij dus instrumenten om de aarde en planeten in de gaten te houden. Heel cool was dat je op het terrein ook instrumenten zag die in een voorstadium waren gebouwd, en dan daarna pas de echte.

In het observatorium staat dus de grootste en meest nauwkeurige zonnewijzer ter wereld, op 2 seconden nauwkeurig. Daarbij is het wel zo, dat de zonnetijd van Jaipur anders is dan die van de tijdzone van India, namelijk 32 minuten. Die moet je er dus vanaf trekken en dan heb je de precieze tijd.

Je kon daar ook naar binnen (voor een ander instrument dat de lengte- en breedtegraad bepaalt), en daar vonden we een vleermuisje op de muur!


Deze instrumenten waren voor het bepalen van de horoscopen. Je gebruikte het instrument van welk sterrenstelsel aan de hemel stond, en dan als je heel goed keek, wist je wat de toekomst was van diegene denken we.


Dit instrument (in twee  delen) was om te bepalen welke hoek de zon op de aarde scheen,  zodat je wist welke sterren op dat moment aan de hemel stonden. Het was in twee halven verdeeld, zodat je er tussendoor kon lopen om het nog preciezer te bekijken.


En tot slot was er deze gewone zonnewijzer, die alleen de tijd aangaf in het zomerse  deel van het jaar. Aan de andere kant stond er eentje voor de winter.

 Toen we klaar waren bij Jantar Mantar gingen we naar het City Palace. De maharadjastronoom vond het Amber fort passé, en stichtte daarom een nieuwe stad: Jaipur. Hij heette dan ook Jai. Zelf ging hij in the City Palace wonen, vlakbij het observatorium.


Het paleis is inmiddels ook een museum, en ziet er echt heel mooi uit! Op het binnenplein zie je vier deuren, voor elk seizoen eentje. In de winter werd de deur gebruikt met lotussen, in de lente en herfst een andere en tijdens de moesson de pauwendeur.


Na deze bezoeken was het tijd voor de lunch. We moeten nog ontzettend uitkijken met eten, en daarom aten we in een schoon hotel met een populair restaurant (LMB, dat ons was aangeraden door Ester)! Jasper koos de Radjastani thali; een groot bord met heel veel verschillende hapjes! Het was wel pittig, daarom nam ik een vertrouwde Palak Paneer; spinaziecurry met kaas.


Na de lunch stapten we terug in de auto en reed Pappu ons naar Elephant Village. Bij het Amber fort kun je als toerist met een olifant naar boven (super zielig), waarbij de olifanten niet goed behandeld worden en in de hitte heel veel moeten lopen. De regering had na een tijdje wel door dat het niet zo handig was, en besloot tot een aantal wetten voor de olifanten. Zo moesten ze na elke dag werken, een dag rust hebben. Ze mochten ook alleen in de koele ochtend, maximaal 3x. Ook gingen de olifanten met hun baasjes in Elephant Village wonen, waar ze een stuk meer rust en gezelligheid hadden met de andere olifanten.

Omdat ik zo graag een olifant wilden zien, zijn we dus naar Elephant Village gegaan. Je kunt daar dan een rustig middagje hebben met een lieve, rustige olifant die dan ook heel gelukkig is!Zo maakten wij kennis met Shaku; een meisjesolifant van 25 jaar oud. Ze vertelden dat het de liefste olifant was! Ze was daar geboren en getogen, en ze werken alleen met rewards & teaching, in plaats van straffen en training. We gingen lekker met haar knuffelen en we gaven haar te eten. Haar baasje vertelde dat ze van het eten eigenlijk alleen de lekkerste stukjes wilde, maar dat ze wel de hele stengel moest opeten. Daarom maakten ze speciale pakketjes die ze in een keer op moest eten!


Die pakketjes hielden wij dus vast en dan pakte Shaku ze met haar slurf heel voorzichtig over. Het was wel belangrijk dat ze de lekkere graantjes zag, want als ze alleen de stengel zag hoefde ze het niet. Het ging allemaal ontzettend rustig, en ondertussen was ze de hele tijd aan het spelen met een paar grasslierten waarmee ze de vloer veegde en zichzelf.


Ze vond het ook heel fijn om geaaid en geknuffeld te worden tijdens het eten en ze vond Jasper steeds aardiger! Dan duwde ze haar slurf een beetje tegen hem aan en dat was erg schattig.


Na het eten moest Shaku even een rondje lopen, want ook lichaamsbeweging is belangrijk voor een olifant. We gingen dus op haar rug een stukje wandelen in de omgeving! Ondertussen maakte een van de mannen 350 (!!) foto’s van ons, waarvan er een paar ook echt gelukt zijn.
Heel cool om op zo’n groot dier te zitten. Je voelt hoe ze elke stap heel voorzichtig haar poten neerzet. Ondertussen was ze ook nog steeds bezig met de grasjes, en als ze die kwijtraakte ging ze heel subtiel even van het padje af om iets nieuws te plukken. Subtiel is alleen heel moeilijk als je zo’n grote olifant bent, dus haar baasje zei elke keer dat ze weer op het pad moest! Overigens was Shaku gewoon los, zonder touw of ketting of halsband, ze liep gewoon lekker met haar baasje mee.
Wat ze ook heel fijn vond, was dat ik precies met mijn voeten haar oren kon kriebelen. Ze deed dus één oor naar achteren en eentje gewoon naar voren. Het oor dat naar achter was, moest dus gekriebeld worden!

Na de wandeltocht gingen we ook nog even lekker badderen. We kregen borstels om haar lijf te schrobben en spoten haar lekker af. Ze kreeg ook te drinken: dan moesten we haar snuit vullen met water en gebruikte ze dat als rietje voor haar mond.

Ze gebruikte haar slurf ook om zichzelf nat te sproeien! We konden ook met geen mogelijkheid bovenop haar komen, dus dat was best handig! Het was echt een fantastische ervaring om zo rustig bij zo’n enorm groot dier te mogen zijn! Jasper was ook een beetje verliefd op haar geworden, en volgens mij was het wederzijds.

En toen was het helaas alweer tijd om te gaan. Nog één laatste dikke knuffel!


Na deze superfijne dag zijn we toen weer teruggegaan naar het hotel, voor ons laatste maaltje daar. We zijn daar uiteindelijk 10 dagen geweest (waarvan een aantal in het ziekenhuis) en ze weten al precies wat we willen eten en drinken. Jasper houdt bijvoorbeeld heel erg van de Mango Dream (mango met kokosmelk) en voor mij maken ze graag een bananalassi zonder suiker.
Op woensdag was het alweer tijd om te vertrekken. We pakten onze koffers en laadden die in de taxi.

 Onze vlucht ging aan het eind van de middag, dus we hadden Pappu gevraagd om ons eerst nog even naar de Bapu Bazar te brengen, een paar knusse straatjes met veel winkeltjes. Jasper kon daar heel mooie pannen kopen, en we hebben ook heel stevige slippers gekocht van kamelenleer!


We reden langs het Albert Hall Museum naar het vliegveld…


Namen afscheid van Pappu…

Checkten de koffers in…


Aten Indian fastfood…


En konden zo doorlopen naar het vliegtuig!


Op naar Mumbai!

In Mumbai was het heel slecht weer. Desondanks gingen we met een Uber-taxi naar de Crawford Market, de hemel voor Jasper. Onder een bijna helemaal dicht dak staan honderden kraampjes met groenten, kruiden en verzorgingsproducten!

We hebben daar best een tijdje rondgelopen!

Jasper kocht zich uiteraard helemaal de hemel na de hemel in aan noten, vruchten… En Spices!

‘S Avonds gingen we nog een keer eten in het visrestaurant Mahesh, waar we helemaal in het begin ook hadden gegeten. En het was minstens zo lekker!

De laatste dag zijn we relaxed in het hotel gebleven. We hebben namelijk mooi uitzicht over het Juhu-strand, wat vroeger heel mooi was en nu gewoon heel vies.


Ook konden we daar een manipedicure krijgen van onze laatste roepies.

Als allerlaatste genoten we van het heerlijke eten in het hotel. De eerste avond hadden we er kipjes gegeten gemarineerd in granaatappelsap, en die lustten we nog wel een keertje! En ook nog een toetje van pistache en saffraan (en voor mij een ijs).


En toen gingen we met de taxi naar het vliegveld. We vlogen om half 3 ’s nachts en kwamen om 8 uur ’s ochtends in Nederland aan, na 9 uur vliegen. Gelukkig hebben we onderweg een flink stuk geslapen, en voor we het wisten waren we alweer thuis!


En nu zit ik lekker op de bank dit laatste verhaaltje te typen. Fijn om weer thuis te zijn! Het was een mooie, intense, pijnlijke, indrukwekkende, vieze maar onvergetelijke vakantie. We twijfelen of we ooit nog naar India willen omdat het er gewoon echt intens vies is, en alles daarmee een aanslag is op je leven, maar de schoonheid van het land, het goddelijke eten en de vriendelijkheid van veel Indiërs zullen we nooit vergeten

India 2016: Holy shit, aapvonturen en het ziekenhuis in Jaipur

Zondag werden we wakker in Agra en waar we eerst dachten dat het nog wel gauw over zou gaan, bleek dat we nog steeds helemaal leegliepen. We voelden ons nog best okay, maar de wc-bezoeken waren wel erg frequent. En we zouden op zondag naar Jaipur gaan, waar ik ook gewoon een hotel gereserveerd had enzovoort.

Na flink overleg, toast met honing en kopjes thee, besloten we toch in te pakken.


We regelden een taxi die ons om 12 uur op zou pikken, en ons dan via Abhaneri (waarover later meer) naar Jaipur zou rijden. Om half 1 belden we waar hij bleef en om 1 uur was hij er.

De moesson was op dat moment heel heftig in Agra. Sommige stukken weg stonden 50 tot 60 centimeter onder water, en de chauffeur zweette best peentjes om daar doorheen te moeten. Wij ook, want je hoort het water tegen de onderkant en zijkanten van de auto klotsen! De rest van de weg was ongeveer zo:


Uiteindelijk waren we Agra uit en werd de weg een stuk beter. We reden langs Fatehpur Sikri, een oud moghul-dorp dat op de werelderfgoedlijst staat. Een echte toeristen- en lastigvallerstrekker. Toen we stopten om er een foto van te maken klampten zes kinderen ons aan, klopten op de auto en hadden veel pret in het aanraken, uitproberen van Engelse woorden en zo zielig mogelijk kijken, inclusief geef-me-eten-gebaren die nogal contrasteerden met hun schone gestreken overhemdjes.

Jasper trok zich er niets van aan, en maakte gewoon een heel mooie foto.

En hier reden we er nog ietsje dichter bij langs. Het was echt een mooie muur. Later hoorden we van andere toeristen dat de gebouwen mooi waren, maar ze zo erg waren lastig gevallen dat het de moeite niet waard was. Wij waren dus blij dat we de keuze hadden gemaakt die te laten schieten!

We gingen dus wel naar Abhaneri, een stuk verder. Het ligt op de doorgaande weg tussen Agra en Jaipur, dus als je met de auto gaat kom je er vlakbij (dat, en het land zien waren ook de redenen deze route niet per trein af te leggen). Desondanks komen er niet zo vreselijk veel toeristen en was het best rustig. In dat plaatsje is de Chand Baori te vinden; een trappenhuis van 20 meter diep. Er is een bassin gebouwd waarin regenwater wordt opgeslagen, dat je met allemaal trapjes kunt bereiken. De put wordt in veel films gebruikt, dus wilden we er zeker naartoe! En wauw, wat was dat tof!


Er was een gids die meteen heel enthousiast begon te vertellen, dus we besloten hem ons rond te laten leiden en dan uiteindelijk wat geld te geven. Hij moest en zou ook foto’s van ons maken.


Achter ons op de foto zie je trouwens een zomerpaleis, dat daar is gebouwd nadat een deel van de put was ingestort. In de moessonmaanden staat een deel van het paleis onder water, en koelt het hierdoor de rest van de ruimtes. Ook was er een badkamer voor de mannelijke en vrouwelijke bewoners met toegang tot het water.


In het verleden liepen mensen continu alle trappetjes af om het water te halen, maar nu is dat verboden. De hekjes gaan alleen nog weg voor films! Op deze foto zie je als je goed kijkt wel, dat het water van sommige trapjes afstroomt. Het regende ook ontzettend hard, en was echt tof om te zien hoe dat dan het bassin vult!


Bij de Chand Baori hoort ook een galerij, om de put heen. Ze hebben daar brokstukken gestald van een tempel uit Abhaneri die was gesloopt. Onze gids was Jasper de hele tijd aan het uithoren over zijn kennis van alle Hindu-goden, die vrij matig bleek te zijn (er zijn er 330 miljoen). Zo heb je bijvoorbeeld de Hindoeïstische drie-eenheid: Brahama (creator) Vishnu (preserver) Shiva (destroyer). En hij moest ook weten hoeveel ogen en armen alle goden hadden. Ach, als we het echt niet wisten zei hij het gelukkig wel voor!


Na Abhaneri stapten we drijfnat terug in de auto en reden door naar Jaipur.

Onderweg zagen we het land steeds rijker worden: mooiere gebouwen, mooiere kleding, beter onderhouden winkeltjes, duurdere auto’s… We waren tenslotte ook in de provincie Rajasthan, waarin veel rijke Indiërs woonden, en ook nog wel wonen.

Ons hotel past ook wel mooi in dit plaatje. Het is erg chic versierd! Kijk, dit is de buitenkant (foto van maandag):


De voorkant is dus met goud en helemaal beschilderd. Heel mooi. We hebben ook best een grote kamer! EN WEER EEN WC!!!

Ze hadden in het hotel ook roomservice, zodat we niet naar het restaurant hoefden te lopen. We waren immers zeven uur flink door elkaar geschud op de Indiase wegen en onze buiken waren misschien nog wel ongelukkiger dan de dag ervoor. Dus aten we lekker gestoomde rijst. Met warme melk en fruitsalade. Het voelde wel een beetje zielig en dat beeldt Jap goed uit op de foto:


Toen gingen we lekker slapen in het hemelbed. Om negen uur werden we wakkergebeld door de receptie, want het was volgens hun tijd om te ontbijten! Dus dat deden we toen maar. Toast met honing, een banaantje, beetje meloen… Het ging nog niet echt beter. Desondanks was het wel een prachtige ruimte om in te ontbijten. Veel goud, versieringen en handbeschilderde muren en plafonds. Op het plafond stonden allemaal mooie pauwen!

Er waren ook veel obers, die aan Jasper vroegen of hij thee wilde, en bij hem dan thee inschonken. Met een quasi-nonchalant gebaar maakte hij dan duidelijk dat zijn wederhelft ook thee wilde, en dan viel het ineens op dat er ook nog een vrouw aan tafel zat.

’s M\iddags verzamelden we alle energie ter wereld en zijn we naar het Amber fort gegaan. Bij de receptie regelden we een taxi, die ons naar het fort toe zou brengen. Het Amber fort is trouwens niet gemaakt van Amber, maar vernoemd naar de god Amba!
We hadden een vriendelijke chauffeur, die onderweg alvast even stopte voor een foto van het fort.


Het Amber fort was vroeger een dorp, waarin veel mensen woonden. In het paleis natuurlijk de maharadja’s, maar er was ook een heleboel personeel. Die zorgden voor water, de tuinen en ga zo maar door. Op een gegeven moment waren ze het zat en werd er in Jaipur een nieuw kasteel gebouwd, waardoor het Amber Fort een hele tijd leeg stond.

Nu is het een mooie attractie voor Indiase en buitenlandse toeristen! Om bij het Amberfort te komen moet je nog de berg op. Dat kan met een Jeep, lopend of heel toeristisch op een olifant. We hadden vooraf al besloten dat we niet met een olifant wilden, dus alle aanboden die daarop wezen konden we negeren. Het pad naar boven was ook echt heel mooi, dus we hadden geen spijt van het lopen.

Naar boven lopend kwamen we wel veel mensen tegen die iets van ons wilden. Kinderen die armbandjes verkochten, volwassen mannen die mij als vrouw wilden (denk ik), mensen die met ons op de foto wilden en ga zo maar door. Toen we bijna boven waren kwam een jongen van een jaar of 12 met een afgedrukte foto in zijn hand naar ons toe. Wij stonden op die foto, en die hadden ze dus beneden stiekem genomen, naar boven naar een printer gestuurd, uitgeprint, en ze probeerden ons te verplichten die te kopen. Dit tilt de toeristerij wel echt naar een geheel nieuw niveau! Helaas hadden ze er geen achtbaan bij getekend.

Onderweg naar het kaartjes kopen werd Jasper ineens achtervolgd door een aap. De aap trok een flinke sprint en Jap en de aap renden het plein rond. Jap verschool zich achter een groep Indiërs maar was de aap niet te slim af. De aap had een baby vast, wat het extra spannend maakte. Uiteindelijk begonnen de Indiërs de roepen dat hij een banaan naar de aap moest gooien, en toen kwam ook meteen uit de mouw wat het probleem was: er stak een banaan uit het zijvakje van de rugzak.  Toen Jasper de banaan naar de aap gooide was de streek klaar.


Het Fort was echt mooi. We hadden een audio guide, maar dat was heel saai met veel muziekjes dus die luisterde ik in mijn eentje en wees Jap op de coole dingen, zodat hij gewoon vrolijk rond kon lopen en fotograferen.

Zoals deze toffe muren. Daar is een mengsel op gesmeerd met onder andere yoghurt, waardoor het met de jaren zo’n warme gloed/kleur heeft gekregen.


Hier is het uitzicht op het plein waar de achtervolgaap was. Bij deze poort kwam je binnen, dat was de zonnepoort want daar kwam de zon op. Links buiten het kader kon je dan kaartjes kopen. Op de heuvel achter de poort zie je de omheining van het fort-dorp, een stevige muur met torentjes voor de bewakers.


En er waren ook heel mooie vogeltjes! Op het torentje links zat er eentje heel hard te fluiten.


Die foto hierboven was trouwens in een van de ruimten waar alleen vrouwen mochten komen. Die moesten zich de hele dag verstoppen maar er waren balkons vanwaar de Maharadja zijn vrouwen kon bekijken. Die balkons waren ook de plekken waar eunuchen de wacht hielden over de vrouwen. In de audio guide hoorde ik dat als de Maharadja er niet was, de eunuchen zich liever omdraaien en naar buiten keken met het prachtige uitzicht!

Het was een erg mooi fort.



Na een uurtje te hebben rondgestruind stapten we weer in de taxi. Die had op ons staan wachten. Hij bracht ons terug naar het hotel via het waterpaleis Jal Mahal. Dat staat midden in een soort stuwmeer en niemand mag er naar binnen. Je mag wel foto’s maken!


En ook reden we langs de Hawa Mahal, het paleis der winden, in de ‘pink city’. Dat is een muur met kleine raampjes waar de vrouwen van Maharadja Sawai Singh zich achter konden verschuilen. Ook deze vrouwen mochten niet in contact komen met mannen, en bleven een beetje eenzaam thuis. Het gebouw is zo gebouwd dat er altijd briesjes doorheen blazen, en door de raampjes konden ze wel gluren naar wat er op straat gebeurde!


Uiteindelijk kwamen we weer terug in het hotel. En dat zijn de momenten waarop we merken hoe weinig energie we hebben, en hoeveel energie zo’n tripje eigenlijk kost. Het is elke keer een heel moeilijke afweging, omdat we ons nogal zwak voelen, vaak naar de wc moeten, maar helemaal niet zoveel tijd hebben om alles te zien!

Die avond aten we soep, om iets wat lijkt op bouillon binnen te krijgen, en ging de soep ook weer linea rectum het toilet in. Nu met koorts en krampen erbij, dus de volgende dag hebben we een dokter laten komen. We hadden een boekje geleend van een Canadese hotelgenoot, waarin een dokter in Jaipur stond die goed Engels sprak en ervaring had met toeristen. Die nam alleen z’n telefoon niet op, dus stelde de hotelmanager voor om hun favoriete dokter te laten komen. Dit was dokter Grewal, en hij liet elke keer iets liggen dat met zijn bril te maken had.

De dokter nam onze bloeddrukken, onderzocht onze buiken (auwauwauw) en keek even naar het uitdrogingsniveau. Conclusie: Ik was behoorlijk uitgedroogd met lage bloeddruk en moest nog meer drinken, Jasper deed het nog best goed, maar ook hij verloor veel vocht.
We kregen antibiotica, probiotica, pijnstillers voor de buik, Imodium en heel veel ORS. Dat dronken we trouwens al minstens 2 liter per dag afgelopen dagen, maar moesten we vooral blijven drinken. Hij beloofde ons dat het binnen een dag over zou zijn… En liet zijn brillenkoker liggen.
De rest van de dag hebben we maar gewoon liggen koortsen in bed. Beetje lezen, series kijken, kletsen, dat soort dingen.


’s Avonds aten we op het dak van het hotel. Jasper voelde zich best goed, dus nam lekker Indiase dingen. Ik moest niet aan eten denken maar bedacht het lekkerste simpelste wat ik weg zou krijgen: pasta met wat groente, beetje ketchup en kaas.
Prima,  en toen gingen we lekker naar bed. Om 1 uur werd ik wakker en moest (voor het eerst) hollen naar de wc. Flinke krampen,  flinke diarree maar ik had ook veel gegeten dus ik ging weer slapen.

Maar toen werd ik woensdagochtend om 5u wakker met onhoudbare buikpijn en heel veel bloed in heel veel diarree. Ik kon amper praten en bewegen maar kon gelukkig Jasper wakker maken.

Die heeft dokter Grewal gebeld, en die kwam naar onze kamer. Ik lag op dat moment als een hoopje ellende op bed maar hij kreeg het voor elkaar mijn bloeddruk te meten. Zijn oordeel was duidelijk: daar moet sowieso hee veel vocht in en snel. Jasper had een goed ziekenhuis opgezocht maar dokter Grewals eigen ziekenhuis was dichterbij. Hij belde zijn ambulance en die kwam er binnen 5 minuten aan. Hij liet zijn brillendoekje liggen.

Nou zeg ik Ambulance, maar het was een vies oud busje  met een soort stretcher achterin. Met een rolstoel werd ik erin getakeld  en op het matje gelegd. Ze reden erg hard door de slechte straten met veel drempels, optrekken en afremmen en elk bobbeltje deed vreselijk zeer in mijn buik. Jasper probeerde nog of ze langzamer konden rijden maar het was belangrijker om mij aan  het infuus te krijgen.

In het  kleine ziekenhuis van dokter Bril werd ik op een bedje in een  vieze kamer gelegd. Er verzamelden zich een stuk of 8 Indiase mensen om mij heen die als een malle van alles gingen doen. In hun eigen kleren, zonder hun handen te  wassen en ook zonder handschoenen… In de gauwigheid had Jasper gelukkig onze EHBO-kit meegenomen, waarin naalden, doekjes en handschoenen zaten. Hij is met  behulp van die  spullen toen begonnen met een taalloze dans over hygiene, en heeft de dokter heel duidelijk tegen de mensen laten zeggen dat ze handschoenen moesten dragen. Overigens zei de dokter tegen hem dat handschoenen extra kostten, en dat mensen die niet altijd willen betalen. Jasper liet toen weten dat het hem niet kon schelen of het gouden handschoenen waren, maar dat hij alles zou betalen was wat nodig was om een hygiënische omgeving te creëren. (Dit alles gebeurde ongeveer in 1 minuut. Iedereen zweette zich peentjes en ik lag gewoon een beetje te kermen op het bed.)

Toen kwam de infuus-leg-operatie. Mijn rechterarm werd stevig beetgepakt door drie Indiërs en van alle kanten werd er geslagen, geknepen, geduwd en getrokken om aders ietsje duidelijker te krijgen. Na drie keer zeer pijnlijk misgeprikt te hebben werd de dokter er weer bijgehaald, die vertelde dat mijn aderen waren ingestort door het vochttekort en lage bloeddruk dus dat het daarom zo moeilijk was. Uiteindelijk konden ze een ader vinden in mijn linker elleboogholte en was de vijfde keer prikken succesvol.. Ze plakten het vast met een ducttape achtige constructie, en toen werd het vocht naar binnen gepompt.

Dat verdiende wel een duimpje van mij, en daar maakte Jasper een foto van.


Even later moest ik echt echt echt naar de wc. Ik wilde niet in mijn broek poepen, dus Jasper ging op pad om een schone wc te vinden. Hij vond een wc, en vroeg aan de verpleging of die schoongemaakt kon worden. Ze riepen de schoonmaker en die dweilde met een vieze doek de wc-vloer en liep weer weg. Toen heeft Jap maar de hele wc-bril belegd met papier, onderwijl geestelijk om zich heen sprayend met Dettol, en kon ik daar nog weer een vreselijk pijnlijk proces doorstaan.

Het was erg duidelijk dat we daar niet konden blijven. De dokter had het geprobeerd en ook zijn best gedaan met het personeel maar voor mensen zoals wij die zo weinig ervaring hebben met viezigheid en dus zo’n zwak immuunsysteem in India, was het niet houdbaar. Na een goed dwingend gesprek vanuit Jasper raadde hij een groot, modern ziekenhuis aan dat ongeveer een kwartier rijden was. Ik moest daarvoor wel nog twee zakken vocht binnen krijgen, anders was ik niet sterk genoeg.

In dezelfde ambulance reden we dus een half uur naar het nieuwe ziekenhuis. Ze konden nu gelukkig veeeel rustiger rijden maar het was voor mij onhoudbaar. Gelukkig kon Jasper me een beetje afleiden door voor te lezen uit het boek dat ik aan het lezen was.

In het nieuwe ziekenhuis kwam ik binnen op een ER met opnieuw een stuk of 8 mensen die zich om me heen verzamelden. Maar nu spraken er een aantal Engels, hadden ze schone ziekenhuiskleding aan en deden erg hun best om zo hygiënisch mogelijk te doen. Ze namen allemaal testen, mijn bloeddruk was alweer wat gestegen, ik had een beetje koorts en mijn bloedsuiker was erg hoog.

Na nog een zak vocht te hebben gekregen moest ik een urine en stoolsample maken. Voor mijn gevoel ging dat best snel, maar Jap vertelde later dat we minstens een half uur op de wc hebben gezeten. Het was wel schrikken om mijn ontlasting te zien met alleen maar bloed en slijm.

Toen gingen we naar de echoruimte. De dokter daar keek naar al mijn ingewanden, en zag dat er niets ernstigs aan de hand was. Ik heb wel galstenen, maar verder is alles in orde. Gelukkig geen bloed in mijn buik!


Na nog een tijdje (het voelde voor mij opnieuw niet zo lang) op de ER te hebben gelegen, had Jasper alle administratie geregeld. Hij moest ook aangeven wat onze relatie was, en dat ligt een beetje lastig in India. Mensen hier worden uitgehuwelijkt, dus hebben nooit verkering of iets wat daar op lijkt. Hij vertelde dus dat we ‘engaged’ waren, en dat vulden ze in als ‘getrouwd’. Daardoor mocht hij overal bijblijven en kon hij ook alle informatie geven en krijgen die nodig was.

Toen werd ik gerolstoeld naar de super deluxe kamer: de suite. Er was net een nieuwe vleugel gebouwd die al behoorlijk voldeed aan Westerse standaarden. We konden kiezen, en zo hadden we een hele rustige, ruime kamer. We kregen ook iemand die alles wat we nodig hadden regelde; zo zorgde hij voor een extra bed voor Jasper en probeerde hij of we WiFi konden krijgen (kon niet).

Om half drie voelde ik me na 4 zakken vocht eindelijk wat beter. Ik kreeg lunch en at een stukje toast. Ik was daar heel trots op, en ging hard glimlachen voor een foto. Toen ik de foto later terugzag was ik misschien nog wel trotser.

De dokter (dokter Anand) kwam nog langs om te kijken hoe het ging. Hij had een mooie geruite blouse aan en was ook trots. Hij vertelde dat dokter Bril volgens protocol was gestart, en dat het grootste deel daarvan werd doorgezet. Ik kreeg wel extra pijnstilling tegen de krampen (Meftal Spaz heet dat spul, fantastisch), en moest nog heel veel infusen.

Jasper kreeg ook een aanpassing aan zijn medicatie, om te voorkomen dat hij zo zou eindigen als ik. Daar waren we de hele dag een beetje bang voor geweest, omdat de dagen ervoor het ongeveer gelijk opliep voor ons allebei. Hij voelde zich ook echt niet lekker, en ik ben zo blij en dankbaar hoeveel hij voor mij heeft kunnen doen!

Die avond kreeg ik Indiaas ziekenhuiseten. Het blijkt dat ze gewoon iets wateriger eten krijgen, maar verder nog steeds zoveel kruiden en pittigheid. Gelukkig had dokter Ruitje gezegd dat ik niet echt per se hoefde te eten, en ik had ook echt geen trek.De volgende dag konden we genieten van een echt Indiaas ziekenhuis. Dat was best bijzonder.


– ze vonden het heel bijzonder dat ik zelf wel naar de wc wilde wandelen met infuus. Die stond op wieltjes dus kon makkelijk, maar ze waren gewend je voor elke plas los te koppelen. Na een tijdje moest ik heel veel plassen omdat er zo veel vocht in mij was gepompt, dus dat vond ik wel erg veel gedoe voor elk plasje


– Ook verpleging wilde met me op de foto. Hoe wit/groen/grijs ik ook was, aan het einde van hun shift wilden ze wel graag een selfie. (Deze foto is van vrijdag, toen kon ik alweer lachen!)


– Ze hadden aan alle verplegers gevraagd of ze goed Engels konden. Wij kregen speciaal dus die dat konden! Er waren erbij die zo in Europa konden werken, maar ook een heel schattige verpleger die heel snel praatte en na elke zin zei dat hij het something something volgende keer beter zou doen. Dit was een hele lieve:


– de stroom viel ongeveer elke anderhalf uur uit. Eventjes maar, en dan weer aan. Iedereen is daar helemaal aan gewend, je wacht gewoon even tot het licht weer aangaat.

– Mijn kamer werd elke drie uur gedweild. De eerste keer om zes uur ’s ochtends, de laatste keer om tien uur ’s avonds. Opvallend is dat ze niet de vlekken extra behandelen, maar er gewoon overheen rassen in hoog tempo.


– Sommige mannelijke verpleging praatte alleen maar met Jasper. Ze vroegen aan hem hoe ik mij voelde, hoevaak ik naar de wc was geweest en of er verder nog iets was. Als ik antwoord gaf, wachtten ze tot Jasper het herhaalde. Wij vonden dat heel speciaal en hebben dat ook op het feedbackformulier geschreven.

– Ondanks dat heel duidelijk is dat je absoluut geen kraanwater mag drinken, komt er een aantal keer per dag een mannetje de waterkan op het nachtkastje vullen. Bij het eten kreeg ik in het begin ook kraanwater, later niet meer gelukkig. Toen ik weer zelf fleswater dronk moest ik daar ook regelmatig om vragen.

Na drie dagen voelde ik me een stuk beter. Emmers water waren door het infuus gelopen en er bevond zich inmiddels  genoeg antibiotica in mijn lijf om een klein derde wereld land te kunnen genezen. Ik kon ook weer lachen! Dokter Ruitje ontsloeg me met goede hoop, en na het laatste infuus konden we vrijdagavond weer terug naar het hotel! Ze waren blij om ons te zien en hadden speciaal weer eten voor me gemaakt zonder allemaal dingen erin. Jasper smulde daar van mee, want hij was stiekem ook nog best wel ziek.
Maar toen zaterdagochtend had ik weer kramp, en weer bloed in mijn poepjes. Dus we belden de dokter, en die zei dat we moesten komen. Hij verwees me door naar de gastroendometrist, en ik werd weer opgenomen. Terug in de suite! En ik kreeg een dieet met veel yoghurt, buttermilk (dunne yoghurt) en kokoswater. Helaas zette het dieet zich niet voort tot de keuken, dus was het gewoon nog de drie ziekenhuisprutjes.


Dat was natuurlijk niet zo leuk. Ik hoopte dat hij zou zeggen dat het normaal was en de antibiotica nog moest aanslaan ofzo, maar ik voelde me al zoveel fitter!

Na weer aan het infuus gekoppeld te zijn, kwam de buikdokter na een paar uurtjes. Hij voelde aan mijn buik en vond die lekker zacht. Hij luisterde goed naar al mijn poepverhalen, en kwam met de hypothese dat het misschien inwendige aambeien zouden zijn. Dus toen kwam er een rectaal onderzoek. En ook dat ging voorbij. Maar ik had geen aambeien dus dat was het ook niet. De buikdokter concludeerde dat het dus gewoon een vreselijk geïrriteerde en ontstoken darm moest zijn.


Ik heb dit allemaal getypt op zondag, toen ik voor de tweede keer ontslagen was. Ik voel me goed en blij, kan ook met grapjes terugkijken op afgelopen dagen, maar mijn buik is nog helemaal niet beter. Er zijn nog steeds krampen en elke keer na het eten moeten  we een uur nog even rusten om het te kunnen verwerken. Het bloed neemt wel af, gelukkig!

We voelen ons na afgelopen week allebei weer een stuk beter. We zijn wel heel erg geschrokken. Door de toestanden hebben we de vlucht naar Mumbai gemist, en Jap de cameratest. Hij was daar ook gewoon te ziek voor. Hij heeft contact gehad met Free a Girl en er is een andere cameraman gevonden die het overneemt. Heel erg jammer, maar de verstandigste keuze. De docu zou ook morgen beginnen en hij is nog veel te slap na een week ziek zijn – daarnaast wil hij natuurlijk ook gewoon bij mij blijven. Het betekent wel dat we nu opeens een week extra vakantie hebben gekregen, dus als we weer wat sterker zijn gaan we de malaise van vorige week inhalen! Daar zijn we al mee begonnen met mijn eerste fatsoenlijke maaltijd van een hele week: een lekkere tandoori kip met aubergine. Op het dak van ons hotel met de zonsondergang!

India 2016: Taj Mahal

Tijdens ons laatste avondmaal in Varanasi hebben we waarschijnlijk iets verkeerds gegeten. Best thing to do: de dag erna een treinreis van 13 uur maken. Maar met de juiste devotie en peristaltisch doorzettingsvermogen blijkt dat redelijk te overleven.

Het treinstation van Varanasi ligt een heel stuk buiten het centrum. Drie kwartier met een taxi maar eerst moet je een kwartiertje lopen uit het oude gedeelte van de stad. Omdat we de taxi hadden geregeld via het hotel, kregen we ook kofferdragers. Op de heenweg hadden we er eentje en moest Jasper de tweede koffer zelf door de modder sleuren. Nu hadden we er twee die veel slimmer de koffer op hun hoofd droegen en met een moordend tempo door de straatjes van Varanasi liepen. 

Even later waren we op de doorgaande weg, waar ze wel konden rijden! Ze krikten het tempo nog wat op en schoten tussen de mensen door.


Uiteindelijk zaten we veilig in de taxi naar het station. En kwamen we veilig op het station! Daar aangekomen kwamen er meteen kuddes jongens en mannen op ons af.  Ze wilden onze (vooral mijn) koffers dragen, weten waar we vandaan komen, ons helpen naar het juiste perron te komen en ga zo maar door. In eerste instantie vriendelijk, maar ze konden er niet zo goed mee stoppen. Maar ach, we liepen gewoon door en kwamen uiteindelijk op perron 9, waar we moesten zijn. 

Op dat perron liep nog wat heiligheid rond, dus af en toe moest je heel snel opstaan en weglopen!


En toen… Bleek onze trein vertraging te hebben. Eerst een uurtje (in plaats van kwart voor 5 om kwart voor 6 vertrekken) maar toen hoorden we dat de trein die op perron 9 stond, daar tot middernacht zou blijven staan omdat er iets op het spoor was en het gerepareerd moest worden. 
De man die het ons vertelde was heel aardig en reisde de hele wereld rond! Hij bood ons een beter plekje aan om te zitten wachten en Jasper raakte gezellig met hem aan de praat. Op deze foto zie je ook wat er dan gebeurt; iedereen in de omtrek van een paar meter kijkt en luistert mee.


Rond zeven uur werden we door de boekenverkoper aangestoten: we moesten snel rennen naar perron 4! Daar bleek een trein al klaar te staan om te vertrekken. We sprongen er dus in, vroegen of hij echt naar Agra ging (ja) en hij reed weg. Precies op tijd dus!

Onze slaapplekken bleken ver uit elkaar te liggen, dus we namen de tijd om te kijken of we met mensen konden ruilen, zodat we bij elkaar waren. Wel zo fijn, want geen idee wat er in zo’n trein gebeurt als je ligt te slapen. 

Één van onze bedden was in een coupé met een moeder met twee dochters. Na een tijdje Google translaten bleek dat ze er al om half twaalf ’s avonds uit gingen voor de bruiloft van haar broer, dus dat wij daar dan zouden kunnen slapen! En ze wilden ook een foto. 

Na gegiechel, geklets, koekjes en een spelletje Set (wat we alleen de moeder uitgelegd kregen) gingen we uiteindelijk toch maar slapen. Echt lekker sliep het niet, maar we hebben het overleefd. We konden zelfs nog lachen!

Op deze foto zie je trouwens achter mij een Indiër zitten met rode tulband. Die hoorde bij de twee mannen die midden in de nacht met een heel drama kwamen dat Jasper op hun plek lag, met licht aan en alles erop en eraan. Dat was trouwens wel waar, Jasper was in de coupé op een bed gaan liggen dichter bij de koffers en mij – en had ook de ticketeur ervan overtuigd dat hij een westerse vrouw niet alleen ging laten slapen in een Indiase trein – maar we wisten niet dat er nog meer mensen zouden komen. Er kwam toen een conducteur die zei dat de mannen maar gewoon moesten gaan liggen en niet zo moeilijk moesten doen want het was maar voor een paar uur. Uiteindelijk gingen zij ook slapen en ’s ochtends deden ze gewoon aardig en kregen we nog wat ‘This is homemade from wife’ uit een bakje. 

Ondertussen hadden we trouwens al een flink aantal uur onze ontlasting opgehouden. In de trein was er wel een heel vieze wc – die volgens Jasper nog nooit was schoongemaakt maar af en toe overschilderd werd – maar we verlangden er sterk naar om in een hotel te zijn met een eigen wc die we zelf ook nog even konden schoonmaken (we hebben geen verf bij ons).

Dus toen we aankwamen in Agra (om half negen ipv 5.40), namen we een van de eerste taxi’s en raceten naar de Coral Tree Homestay dat we hadden gereserveerd. Vlakbij de Taj! En ze hadden ook al zo vroeg een kamer voor ons klaar.
EN JA DAAR WAS EEN WC!

Dus na onszelf helemaal geleegd te hebben en nog even gedoucht, konden we daar lekker ontbijten met toast met honing en een beetje rijst. 
En toen was het toch echt wel tijd voor de Taj! Het regende trouwens flink, want het is natuurlijk nog steeds de moesson. 

Blijkt dat de Taj Mahal ook echt heel mooi is met regen. Echt heel mooi! Je komt aanlopen bij de gate, waar je in de poort de Taj ziet opdoemen – mistig en ver weg omdat het gebouw intens groot is.

Wat er gezegd wordt is echt waar: Het is nog veel mooier in het echt dan op de foto! Wat een waanzinnig indrukwekkend gebouw! Het is dus gebouwd door Shah Jahan, die een tijdje regeerde over India. Hij had heel veel vrouwen, maar zijn lievelingsvrouw was Mumtaz Mahal. Toen ze doodging was hij heel verdrietig, en heeft hij de Taj Mahal laten bouwen omdat hij zoveel van haar hield. Dat duurde 12 jaar en dat was ook de tijd waarin zijn leiderschap steeds minder goed was. Uiteindelijk werd hij tot zijn dood opgesloten door zijn zoon Aurangzeb en in de Taj begraven. De hele Taj is symmetrisch en vanuit het midden opgebouwd, maar omdat de zoon zijn paps niet meer zo cool vond, heeft hij hem in het mausoleum uit het midden gelegd. Et tu Aurangzeb.

Zoals je ziet, staan twee van de minaretten in de steigers, die worden gerenoveerd. Wel jammer voor ons, maar de torens die al klaar zijn zien er wel een stuk mooier uit. 


Zoals je ziet was het wel heel druk. Toch was een kwart van de aanwezige mensen vooral bezig met geld te verdienen met tours, foto’s maken, souvenirs, paraplu dragen en ga zo maar door. Na een tijdje werd het gelukkig minder! En toen kwamen de Indiase toeristen die met ons op de foto wilden. We worden wel steeds beter in het afschudden en gewoon genieten van onze eigen vakantie. 


Na twee prachtige rondjes in en om de Taj Mahal te hebben gelopen, namen we een ricksha  naar het rode fort. Shah Jahan woonde daar, eerst vrijwillig en later opgesloten, en vanuit het fort heb je uitzicht op de Taj. Toen we daar aankwamen was het nog drukker, hingen er veel bordjes tegen zakkenrollers en begonnen onze darmen weer aandacht te vragen. We liepen er dus een stukje langs en besloten toen terug te gaan naar het hotel.
In het hotel hadden we trouwens heel vrolijk olifantenbeddengoed! Dus daar konden we lekker op liggen, beetje slapen en onze arme buiken tot rust laten komen.


De volgende dag vertrokken we alweer naar Jaipur. Dat kon op verschillende manieren, maar we wilden erg graag het land zien en ook redelijk comfortabel reizen. Het hotel wist ons gelukkig een driver met een grote auto te vinden zodat we daarmee de toch van zeven uur konden gaan maken.

India 2016: Het eten van Varanasi

Naast de rondleiding in Noord-Varanasi had Aayush ook een Food-walk in de aanbieding. Op woensdag gingen we dus met hem naar verschillende tentjes om bijzondere lekkernijen van Varanasi te proeven.

De ochtend voor we gingen had hij ons nog een e-mail gestuurd, dat we extra moesten opletten met eten vanwege de moesson. Dan komen er namelijk meer ziektes die zich sneller verspreiden. Naast onze normale voorzichtigheid moesten er dus nog een tandje bovenop qua hygiene. 

  We spraken met Aayush af bij het plein in de chowk, waar we gisteren ook waren geweest. Een oude man kwam met ricksha en al naar ons toe gerend toen we op de grote weg aankwamen, dus hij bracht ons ernaartoe. Halverwege vonden we het eigenlijk te zielig tegen de berg op (dit was dus onze laatste fiets-ricksha) dus hebben we hem betaald en zijn we gaan lopen.


Als eerste nam Aayush ons mee naar Blue Lassi: een klein zaakje dat ook op Tripadvisor en in de Lonely Planet staat. Er komen dus meer toeristen! Ze serveren er allerlei soorten lassi. Normaal gesproken is dat fruit met yoghurt uit de blender, maar hier doen ze er ook nog gepureerd fruit in, nootjes erop, ‘malai’ (dikke boterroom) erin en allemaal ander lekkers. Heerlijk!


Na de Lassi gingen we thee drinken met toast. Aayush vertelde dat mensen in zulke theehuizen vaak samenkomen tijdens of na het werk, en dan allemaal verschillende onderwerpen bespreken. Je praat dan met mensen die je niet kent – iemand gooit een onderwerp op en men kan dan uren in discussie raken over economie of politiek of de laatste films.


Op de toast zat trouwens ook malai. Heel cremig/romig wordt het dan, bijna boter.

Hier is de man die de thee maakt. Het wordt dus gekookt op vaten met kolen, en hij gebruikt een ventilator om het vuur wat op te stoken. Toen hij zag dat we er naar keken deed hij het extra voor!



Na de thee liepen we weer verder, achter deze mooie koe aan. Op deze foto zie je ook goed hoe smal de straatjes zijn, waarin dus ook nog allemaal fietsers en scooters (en koeien) voorbij crossen!


De volgende stop was bij de locale drugsdealer. In Varanasi gebruiken mensen ‘bhang’, gemalen wiet. Ze doen dat in hun Lassi en ook in andere producten, zoals het gefermenteerde melk-mengsel wat we kregen. Voor ons een bhang zonder bhang.



Ik vond het niet zo lekker, maar Jasper gelukkig wel! We zaten daar ook heel knus in het blauwe huisje. Hier worden onze mengseltjes gemaakt:

Na deze warming up kwamen we bij een restaurantje aan de grote weg. Het was al behoorlijk druk, en toen wij er waren werd het alleen maar drukker! We aten daar een tomato chaat en een patato chaat. En daarna nog iets, maar ik weet niet meer hoe het heet. Het was echt superlekker! 

Dit is de chaat-bar, inclusief trotste Indiër die ermee op de foto wilde.


De volgende stop was wat verder naar het zuiden. We namen een gemotoriseerde ricksha die ons daarheen bracht. Onderweg kwamen we waterbuffalo’s tegen, die overigens wel gewoon gegeten mogen worden. 


Bij het volgende voedstalletjes aten we puri’s: een soort gedroogde hartige soesjes met daarin een aardappelmengsel en een soepje. Je eet zo’n balletje in een keer op. Jongens nemen hun vriendinnetje op de eerste date vaak uit eten naar zoiets, want het is niet zo duur (20 rupees = 25 eurocent) en meisjes vinden het altijd lekker. Ik vond het ook lekker maar we hadden al zoveel gegeten dat ik er niet zoveel van at (3). Jasper nam er 5. De purist vond het maar gek dat we er zo weinig aten.


Omdat Jasper zo ontzettend aan het genieten was, bestelde hij samen met Aayush ook nog een Samosa. Dat hebben we ook wel eens in Nederland gegeten: driehoekjes met groente erin. Nou, dat was hier wel echt heel anders! De flapjes waren gemaakt, maar daarna weer uit elkaar gehaald en met saus en allemaal ander lekkers. Smullen!

Als laatste aten we Paan, een zeer gangbaar hapje voor na het eten. Het is gemaakt van Betelblad met een mengsel van kruiden erin. Bijvoorbeeld venkel, rozenblaadjes, aruca noten; elke paan-verkoper maakt zijn eigen mengsel. Aayush vertelde daarnaast dat vroeger berichten werden achtergelaten bij je favoriete paan-shop. Overigens kun je er ook wiet doen, of tabak ofzo, en dan eindeloos op kauwen. En dat gebeurt ook echt veel: de hele stad ligt vol met uitgespuugde beteljuice!

Hier worden onze pakketjes gemaakt:


Na deze heerlijke tocht gingen we met volle buikjes terug naar het hotel. De volgende ochtend stonden we vroeg op, want het was onze laatste volledige dag in Varanasi! We hoopten dat we nog een boottocht konden maken over de Ganges, en dan alle Ghats vanaf het water te zien, maar helaas… Er was weinig veranderd.

Dus keken we naar de mensen die hun spierwitte lakens wasten in de Ganges (je ziet hier trouwens wel dat er alweer wat land is tot het hekje)


En we maakten een Ganges-selfie.


De rest van de dag hebben we een beetje rondgebanjerd in de stad. We werden continu belaagd met voorstellen: een taxi, een rondleiding, een wandeling naar de Burning ghat, high worden, alles was mogelijk! We werden echt een beetje kriegel van het gezeur. Gelukkig vonden we rust bij Blue Lassi, waar we woensdag ook Lassi hadden gedronken!


En daarna aten we een hapje bij… Waar we gisteren ook al hadden gegeten!


Bij alleblei de plekken herkenden ze ons van de tocht met Aayush. En ze mochten best weten dat het ons zo gesmaakt had dat we terug kwamen!

‘S avonds gingen we naar de aarti; het ritueel waarbij de goden naar bed worden gebracht. Op een platform worden liederen gezongen, gezwaaid met vuur en andere mooie dingen. Normaal gesproken is dat op het platte stuk aan de Ganges, maar nu op een verhoogd stuk. DE kans voor een heleboel jongens met bootjes om die te verhuren aan toeristen. Laten Jasper en ik er nou eens uitzien als toeristen, en dat resulteerde in continu “do you want boat sir? Very cheap. Very good view. Sir? Boat sir? I have a boat for you Sir. Please Sir? Boat?

” Ik denk dat er wel 4 per minuut kwamen. Na een minuut of tien waren we het helemaal zat en vonden een plekje tussen een groep kaalgeschoren vrouwen, en werden we beschermd door een Indiase man achter ons die de jongens afwimpelde. 

En daar konden we kijken naar (een uitgeklede versie van) het Aarti-ritueel.

Op deze foto zie je alle bootjes op het water, het was echt ontzettend druk. Aan de rechterkant een hele dure boot met alleen maar toeristen, daar waren we bijna voor gezwicht om van het gedram af te zijn!

Het was erg mooi en bijzonder om tussen de religieuze dames te staan. Er kwam ook een priester langs met vuur, en daar moest je dan wat heiligheid uithalen (zoals bij de koeien): je handen erboven en dan tegen je voorhoofd. Hoe dat moest was ons door de Indiase beschermer stiekem ingefluisterd, dus de priester beaamde dat met een ‘very good sir very good’.

Na de Aarti gingen we eten bij een restaurant wat goed aangeschreven stond op Tripadvisor: Keshwari. Er zaten flink wat blanke mensen dus het leek ons een goed idee! Het eten was ook heel lekker!

Hier was Jasper nog blij, en ik ook. Helaas werd dat later op de avond terug in het hotel wat minder… Omstebeurt op de wc!

En dat was best spannend, want de volgende dag gingen we met de trein naar Agra!

India 2016: Varanasi’s heilige koeien met lippenstift

Als je tegen een Indiër zegt dat je naar Varanasi gaat, kijken ze allemaal een beetje verbaasd. Dan goedkeurend. En dan zeggen ze “mm, holy place” (met Indiaas accent).

Dat is waarom we naar Varanasi wilden. Het is een holy place, heel speciaal voor Hindu’s. Het is een plaats aan de Ganges waar oppergod Shiva een hele tijd heeft gewoond. Als je in Varanasi doodgaat, kom je direct in de hemel in plaats van te reïncarneren en je goede daden (dus karma) worden vertienvoudigd. 

Om ook een beetje heilig te worden, hebben we een hotel aan de Ganges. Met een balkon met uitzicht! (Deze foto is van dinsdagochtend)


Wat je op de foto ook ziet, is dat het water helemaal tot aan de gebouwen komt. Normaalgesproken is daar een breed pad waar mensen kunnen lopen. Elke trap of helling naar de Ganges heet een ghat, en die Ghats zijn normaliter dus verbonden met een grote prommenade.

Het probleem is dat de moesson al wat harder aan de ganges is dan normaal rond deze tijd van het jaar. Normaalgesproken staat het water ergens in augustus zo hoog, maar dit jaar is het al halverwege juli. En dat is jammer. Want nu kunnen we niet langs de Ghats wandelen, en ook het varen met een bootje is verboden. Voor de kinderen is het wel heel leuk, want omdat er allemaal gebouwen ook onder water zijn verdwenen, kunnen zij daar vanaf duiken!

In ieder geval hebben we best een chique hotel: Ganpati Guest House. We hangen in alle hotels een klamboe op, zodat we niet worden gestoken door muggen die enge ziektes bij zich hebben. In dit hotel hebben we hem aan de ventilator geknoopt! Later toen de airco uitviel bleek dat niet het beste plan ooit, maar een andere optie was er niet. 

En zo op maandag avond gingen we lekker slapen. Nog even een selfie!
Dinsdag ontbeten we in het hotel. In de recensies op internet stond dat ze lekker konden koken, dus dat hebben we getest met een paneer (kaas) curry, en een aardappel met saus. En met chapati en nan. En chai. Het was echt heel lekker!! We kregen wel veel te weinig bestek dus zijn meteen overgestapt op echt Indiaas met handen eten. 


 ’s Middags hadden we afgesproken met Aayush. Hij is de eigenaar van the Roobaroo project en doet wandelingen door Varanasi. Hij had met ons afgesproken bij een kerk, waar we zelf naartoe moesten komen. De avond vantevoren hadden we al gemerkt dat de taxi van het vliegveld naar het hotel op een gegeven moment stopte, en het hotel achterin een heleboel kleine straatjes lag. Daar moesten we dus in het licht weer doorheen, en de GPS ontvangst van Google Maps kon wel een paar honderd meter afwijken. Uiteindelijk kwamen we op een grote weg en bood een ricksha-rijder aan ons te brengen. We hebben een foto van hem gemaakt voor als we hem nog een keer tegen zouden komen. 


Bij de kerk vonden we Aayush, of eigenlijk vond hij ons! 

We hadden in het hotel al goedkopere trips (12 euro) aangeboden gekregen, maar kwamen er tijdens de wandeling met hem al gauw achter dat het al het geld (30 euro) wel waard was. 

Aayush leidde ons door Noord-Varanasi, het oude stuk. Het gebied waar heel veel fietsers en scooters door nauwe straten rijden, ondanks dat er al veel mensen lopen. Hij nam ons mee naar tempels die ineens achter een paar huizen blijken te staan!

We hebben weinig foto’s van zijn gezicht, maar hier loopt hij met ons door de straten:



Een van de eerste plekken waar we naartoe gingen was de bloemenmarkt. Het rook ontzettend lekker, en was gevuld met mensen die grote hoeveelheden bloemenslingers verkochten. Aayush vertelde dat dit de wholesale market was, en dat de kopers dan de bloemen meenamen om te verkopen aan andere mensen. Het kopen van bloemen was iets wat bij je normale boodschappen hoorde, want alle Hindu’s gingen elke dag naar een tempel waar je de bloemen achterliet. 


Ook gingen we naar een tempel van een vrouwelijke stoere god, Khali. De knoppen die je op de foto hierboven ziet, zijn hibiscusknoppen die vaak aan die god worden geofferd. Het wil namelijk zo, dat zij een voorbeeld is voor veel meisjes en vrouwen, die door het vegetarische dieet en menstruaties een ijzertekort hebben. Hibiscus bloemen bevatten veel ijzer, dus als de meisjes een knop per dag eten, hebben ze geen ijzertekort meer.

Op de foto zie je drie stoere koeien staan, en die kwamen we overal tegen. Koeien worden in Varanasi meestal gebruikt als huisdier; een huishouden heeft dan gewoon een koe voor de melk. Maar de huisjes zijn klein, dus overdag laten ze de koeien vrij naar buiten, en dan ’s avonds komen ze naar binnen om te eten. Een beetje zoals wij katten hebben, zo hebben ze daar koeien. En die zijn overal. En dan loop je eromheen. Als je een beetje zegen nodig hebt kun je die van de koeien halen. Je kiest dan (volgens Aayush) een ‘touchable cow’, en die raak je dan aan, en dan doe je je hand tegen je voorhoofd. Zo heb je dan een beetje heiligheid van ze meegenomen. Het is niet verplicht, maar mag bij alle koeien.


Toch zijn koeien nog iets bijzonderder dan dat: de belangrijkste god, Shiva, is zelf altijd bezig met mediteren en wordt dus ook niet in beeld gebracht. Hij heeft een stier die klaarligt om de boodschappen van de mensen aan te nemen, en aan Shiva door te geven mocht die een keertje tijd hebben.

Zo vonden we een koe die een boodschap kwam brengen in een andere (kleine) tempel. We hoorden allemaal gegil, en toen bleek dat ze lekker had gegeten van de verf die bij rituelen werd gebruikt; die op voorhoofden en andere heilige plekken wordt gesmeerd. Zo liep er ineens een heel blije, gelippenstifte koe op ons af!

Naast Hindu’s heb je dus ook moslims, en ook moskeeën. Daar gingen we ook heen! Dit is de Aurangazeb moskee, en met bedekt hoofd mochten we ook even binnen kijken. Daar hingen ook foto’s van het oude gebouw, met hoge minaretten die waren ingestort. Uiteindelijk is het dus een minder hoge moskee. Met wel een heleboel bijennesten! 

 
Aayush wist nog meer mooie plekken, waaronder een tempel met prachtig uitzicht over de Ganges, waar de zon onder ging. 


Tot slot nam hij ons mee naar de Burning ghat, waar alle lijken worden verbrand. Zoals ik eerder al vertelde, ga je meteen naar de hemel als je in Varanasi sterft. Er gaan dus veel mensen dood. Om ervoor te zorgen dat hun ziel hun lichaam snel verlaat, worden de lichamen verbrand. Honderd tot tweehonderd per dag! Er is een speciale plaats in Varanasi waar de lichamen naartoe gebracht worden, en de hele dag door verbrand worden. Het is echt magisch om dat te zien, en toen we daar stonden te kijken werden zo’n 7 lichamen verbrand. Het duurt drie uur voor een lichaam opgebrand is, en de as wordt dan in de Ganges gestrooid, zodat de ziel zich nog minder vast kan houden aan het lichaam, want dat lichaam verspreidt zich in kleine spikkeltjes as. 

Overigens is die ghat op dit moment voor het grootste deel overstroomd door de Ganges, dus was het veel hoger op de kade, en krapper dan normaal. Toch bleef het bijzonder om te zien, de mensen die daar stonden te kijken en degenen die de vuren brandend hielden. Je kunt daar uit respect geen foto’s maken, maar ik denk ook niet dat je de magie van die plek kunt vastleggen!

Na dat prachtige beeld zijn we teruggelopen naar het hotel, en namen we afscheid van Aayush. De curry’s in het hotel zijn erg lekker dus ook die avond hadden we er eentje! En omdat het droog was, konden we op het dakterras zitten, met nog mooier uitzicht op de Ganges waar we zoveel over geleerd hadden.


India 2016: Mumbai

Op vrijdag nam ik afscheid van mijn klasje in Doorn. Na de laatste dikke knuffels en een mega-turbo-opruimsessie van de school raceten we naar Amsterdam om mijn visum op te halen.

Op zaterdag 9 juli was het dan ’s ochtends zo ver! Al was ons bed nog zo zacht, we moesten echt opstaan. We pakten de laatste spulletjes in en om 8 uur ’s ochtends stond de taxi voor de deur. Op naar Schiphol, op naar India!!!

Na wat gedoe met de bagage en het inchecken (want dat kon niet online) moesten we een beetje haasten maar zaten we ruim op tijd in het vliegtuig.


Voor ons zaten twee gezinnen met kinderen. Twee huilende baby’s maar ook een heel schattig meisje, die al meteen groot fan was van Jasper. Ze speelden kiekeboe spelletjes en alles van high five tot en met ingewikkelde handconstructies!


Na ruim acht uur in het vliegveld met maar een heel klein beetje turbulentie waren we in Mumbai. Het was op dat moment een uur of twaalf ’s nachts en hartstikke warm! We hadden met het hotel afgesproken dat ze ons zouden komen halen. Ze hadden ons zelfs nog een dag vantevoren gebeld of we echt wel dat vluchtnummer hadden, en dat ze klaar zouden staan op het vliegveld. Met een bordje met onze namen erop.

Er stonden heel veel mensen klaar. Met heel veel bordjes. Maar geen van deze bordjes had onze naam erop! Op de foto hierboven zie je Jasper op z’n derde rondje langs alle bordjes, maar die van ons zat er echt niet bij. We hebben dus maar het hotel gebeld en die zouden iets doen (degene bellen die ons zou komen halen, of een nieuw iemand sturen ofzo, dat was niet helemaal duidelijk). Een uur later kwam er iemand met het goede bordje, en stapten we in een heel vieze auto.

Het was inmiddels half 2, dus midden in de nacht. Het was dus in Mumbai ongeveer zo druk als in een Nederlandse spits, en we observeerden de ingewikkelde voorrangsregels. Het viel ons meteen op dat toeteren essentieel is in het verkeer, maar helemaal niet agressief. De mensen toeteren omdat ze anderen willen laten weten dat ze eraan komen, en dat ze graag voor zouden willen. Daarnaast let je dan heel goed op het andere verkeer, zodat je er al toeterend tussendoor kunt glippen.

Na een rit van een uur kwamen we toen in het hotel: het Residency Fort hotel. Piepkleine kamer, medium schoon maar wel met een bed waar we konden slapen. Jasper belde nog even met de receptie of ze de badkamer nog een keertje extra schoon konden maken.

We sliepen best lekker daar, en door de airco was het gelukkig een stuk koeler dan buiten. ‘S Ochtends konden we ontbijten en aten daar onze eerste echte Indiase curry in India!

Het was zondag, en we wilden eigenlijk heel graag naar de markt, maar die was dicht op zondag. Dus besloten we te wandelen naar de Gateway of India: de arc de triomph van Mumbai. Ons hotel zat midden in de stad dus het was niet zo ver.

We liepen dus naar beneden, door de receptie, door de schuifdeuren naar buiten… En daar liep gewoon een koe! Ik was er erg van onder de indruk, ons eerste moment buiten het hotel! Zoals je ziet zijn de mannen achter de koe meer onder de indruk van ons enthousiasme dan van de koe.


Onderweg naar de Gateway kregen we al mee hoe het in India kan gaan: we werden achtervolgd door twee heel vriendelijke mannen! Toen we bij een hotel schuilden voor de regen werden ze nog vriendelijker dus besloten we een wat drukkere weg op te zoeken om ze van ons af te schudden.

Die drukkere weg leidde wel langs prachtige gebouwen uit de tijd dat India een kolonie was van Engeland. De gebouwen zijn allemaal speciaal ontworpen om te passen in de Indiase stijlen, en zien er ook echt heel mooi uit!

Hier is bijvoorbeeld het Indiase equivalent van de Big Ben:


En dit is het enorme, prachtige treinstation van Mumbai.


Uiteindelijk kwamen we zo aan bij de Gateway van India. Mannen en vrouwen moesten gescheiden door een soort douanepoortjes, waarbij onze tassen ook werden gecontroleerd. De toegang was verder gratis, en zo stonden we dan bij de poort. Er waren veel moslims (herkenbaar aan de zwart-gesluierde vrouwen) en later hoorden we dat dit was omdat de ramadan net voorbij was en de moslims nog bij hun familie in Mumbai waren.


Opvallend ook hoeveel mensen met ons op de foto wilden. We zijn er maar niet aan begonnen, want dan werd het misschien wel een rij!


Er zijn sowieso weinig toeristen in India. Waarschijnlijk door het weer; het regent veel en is warm en plakkerig. Niet de beste tijd om hier te zijn. Dat maakt ons wel bijzonder, maar ik weet niet of dat zo fijn is…

‘S avonds hebben we gegeten bij een restaurantje vlakbij het hotel. Het stond op Tripadvisor als heel duur, dus we moesten 3 euro betalen voor de befaamde butter garlic crab. Ze wilden heel graag dat we een grote, levende krab zouden eten en kwamen hem zelfs een paar keer laten zien, maar we wilden toch echt een kleinere krab. Daarnaast hadden we garnalen in een spinazie curry, O men wat was dat lekker!!


Na ons buikje helemaal vol te hebben gegeten, gingen we lekker slapen. De volgende dag was er namelijk een nieuw avontuur!

Op maandag zouden we een binnenlandse vlucht maken van Mumbai naar Varanasi. Voordat ons vliegtuig vertrok had Jasper afgesproken met de mensen waar hij later mee zou werken. Die zouden twee van de koffers bewaren voor als we terug zouden zijn in Mumbai..

Zo als we inmiddels gewend zijn, moesten we een uurtje wachten. We stuurden foto’s en waar we stonden maar het bleek erg moeilijk om ons te vinden (bij de enige binnenlandse vertrekhal, de enige ingang).

Uiteindelijk was het gelukt (hij stond bij Arrivals) en konden we inchecken. Helaas was het vliegtuig anderhalf uur vertraagd, dus we hebben een vieze curry gegeten op het vliegveld.

 

Na deze voedzame maaltijd konden we met een bus naar het vliegtuig. Jasper werd weer voor meerdere selfies gevraagd!

En zo vlogen we naar Varanasi!

Dag 20 & 21: Terug naar huis.

Woensdagochtend was het ook voor Michiel en Hanneke tijd om in te pakken. De mannen speelden nog een potje pingpong (gelijkspel), Hanneke en ik zochten naar een verstopte autosleutel en toen vertrokken we ongeveer tegelijkertijd.

Michiel en Hanneke wilden in één dag naar huis, wij hadden er zeker twee dagen voor nodig. En zo hadden we nog even de tijd om te stoppen bij een Brocantezaakje onderweg, met een hele lieve mevrouw en hond. Daar kochten we een leuk retro plantenpotje, prullenbak en een paraplubak!

En verder? we dronken een kopje koffie op een plek met mooi uitzicht waar je makkelijk tussen de bosjes kon plassen.

En zo reden we een heel eind door, tot we aankwamen bij een camping uit het grote camping boek waarbij stond dat het rustig en groen was. Dat was het niet echt; er was veel asfalt en heel veel drukte, maar we konden er wel de hangmat ophangen!

En daar aten we ons laatste stokbroodje in Frankrijk.

En tanden poetsen kon daar ook.

Donderdag vertrokken we bijna als eerste van de camping, op weg naar de laatste hypermarché. We sloegen hier weer een jaarvoorraad in aan wijn, kruiden en andere Franse dingen die in Nederland niet te vinden zijn.

En toen was de vakantie eigenlijk echt voorbij. Jasper trapte het gaspedaal plat!

EN WE REDEN ZO HARD ALS WE KONDEN NAAR HUIS!!

Maar toen kwamen we in een heleboel files. De boeren waren aan het staken in Frankrijk en ook in Belgie stond het flink vast.

Maar… uiteindelijk kwamen we toch veilig thuis aan! En zo was onze vakantie helaas voorbij. Maar het was wel heel tof geweest!!

Schermafbeelding 2015-09-03 om 14.02.52

De hele route:

Schermafbeelding 2015-09-03 om 14.04.16

Nu waren we de vakantie begonnen met iets heel verdrietigs. Toen ik Mozes wegbracht naar zijn logeeradres in Zeeland, heeft hij onderweg en hartaanval gehad en is na een aantal epileptische aanvallen helaas overleden. We hebben een mooi grafje voor hem gegraven in de tuin van Jaspers moeder, maar dit was best een stom begin van de vakantie en we hebben in Frankrijk ook veel aan hem gedacht en over hem gepraat.

IMG_8070

Tijdens de vakantie was ik al bezig geweest met het zoeken naar een nieuw katje. In de dagen tussen het thuiskomen uit Zeeland en vertrekken naar Frankrijk was het huis super leeg, en heel raar dat we uit Frankrijk thuis zouden komen en dat Moos er dan niet meer zou zijn. Wat mij betreft zou er dus heel snel weer een nieuwe kat zijn, maar we wilden dan wel een leuke met een eigen karakter (en dan iets liever dan Mozes was 😉 )

Op de donderdag dat we terug waren gekomen keek ik ’s avonds nog even op Marktplaats, en zag daar een grijze, langharige kitten staan, die lekker boos keek. Hij was al vier maanden oud en door iemand gereserveerd maar niet opgehaald.

IMG_9167

Jasper was meteen verliefd en op vrijdag zijn we naar Callantsoog gereden om te kijken of het katje ook verliefd zou zijn op ons.

We zijn daar een uur geweest, en na veel wikken, wegen, knuffelen en spelen namen we een beslissing: Dit beestje komt bij ons wonen!

IMG_0017

Waar dus de vakantie zo verdrietig begon, kan ik wel zeggen dat hij heel vrolijk eindigde! We hebben het hummeltje Ravel genoemd en hij is echt superlief ❤

En inmiddels (begin september) ook alweer een heel stuk gegroeid!

IMG_1085

Dag 18 & 19 – Michiel en wijn

Na het afscheid van Ine, Linard en Ode was het tijd voor de rit naar huis. We moesten donderdag echt thuis zijn, maar en zouden het liefst een beetje op tijd thuis zijn zodat we nog konden uitpakken en rustig aan doen. Maandag vertrokken we dus met de Tomtom op ‘thuis’.

Toen de benzine op was vonden we maar één tankstation die wat duurder was, maar daarvoor kwam er wel een meneer aangerend om voor ons te tanken! Wat een luxe.

we reden een heel eind, door de bergen en de dalen, en op een gegeven moment was de linkerbaan van een tweebaans weg afgesloten.

Dat is natuurlijk geen probleem, we reden lekker door, maar op een gegeven moment werd het een berg en moesten we bergop rijden.

Nou kan het busje heel veel, en bergop rijden kan hij ook, maar dat gaat niet zo snel. Sterker nog, vaak rijden we dan een heel stuk maar 30 kilometer per uur en racen alle auto’s ons voorbij. Maar nu was de linkerbaan dicht… dus kon niemand ons inhalen! We hadden dus zo’n 15 volgelingen achter ons in de file.

Na een heel stuk rijden was het tijd om te eten en uit te rusten, en zochten we een plekje om te kamperen. Na de afgelopen dagen goed gedoucht te hebben kon dat best in het wild zijn, dus reden we rond tussen allemaal akkers. Een boze man die langs reed op hun tractors vertelde ons echter in luid en duidelijk Frans dat wildkamperen op zijn land echt niet mocht, dus googelde ik een goedkope camping in de buurt.

We kwamen bij een beetje shabby kano-camping, waar we een enorm formulier moesten invullen ter inschrijving. Alle gegevens van mijn paspoort moesten erop (incl geboorteplaats), en daarna ook nog alles van Jasper. We mochten de hangmat niet ophangen, want dan zouden de bomen beschadigen, zo vertelde de zoon van de Duitse eigenaar.

Ach, dan maar even uitrusten in een stoel. Jasper was ook erg moe van het vele rijden.

Op de camping stonden Nederlanders met hele gezellige honden!

Er was ook een beetje water.

En tijdens het afwassen kon je het regelement lezen van waarom de camping een groene camping was en wat je allemaal moest doen om dat in stand te houden.

Voor één nachtje was het prima, maar het was allemaal wel erg streng. Toen we op dinsdag wegreden vertelde de eigenaar nog even dat hij het zo zwaar had met alle mensen die maar één nachtje bleven slapen, maar eerlijk gezegd snapten wij wel waarom dat zo was.

In ieder geval reden we lekker verder richting huis, toen het gevoel mij bekroop dat ik nog helemaal niet naar huis wilde! de terugweg ging tot nu toe ook wel erg voorspoedig en als we zo doorreden zouden we woensdag al thuis zijn. Jasper bedacht hierop de uitnodiging die we hadden gekregen van Michiel, die ook in Frankrijk op een camping stond. We zochten de locatie van die camping op, en kwamen erachter dat het maar vijf kwartier rijden was van waar we op dat moment waren!

Michiel en Hanneke waren van plan Boeuf Bourguignon te gaan eten die dag, dus wij gingen lekker mee. We pikten ze op en reden met z’n vieren naar Autun.

In Autun lunchten we met slakken vooraf en een portie boeuf bourgignon en coq au vin als hoofdgerecht. Het kaasplankje toe was ook om te smullen!

Na de verrukkelijke lunch waren Michiel en Hanneke van plan op wijnroute te gaan langs een aantal wijnhuizen, en wij gingen mee. Onderweg dronken we eerst een versgemalen kopje koffie tussen de wijngaarden.

Jasper stelde voor om naar Meursault te gaan, een plaats waar de lekkerste witte wijn vandaan komt. Het kasteel van Meursault zelf was dicht, maar we gingen er wel even door de tuin.

In dat plaatsje heb je allemaal caves waar flessen wijn worden verkocht. Je moet dan natuurlijk eerst even proeven, en daarna besluit je hoeveel flessen je wilt kopen.

Volgens de echte wijnproeftraditie moet je eerst heel goed ruiken aan de wijn, voordat je het drinkt

En als je de BOB bent, is er een speciaal spuugemmertje zodat je wel kunt proeven maar niet dronken wordt.

Michiel, Hanneke en ik tankten de glaasjes gewoon weg dus het werd ook steeds gezelliger. Uiteindelijk hadden we een perfecte fles gevonden, maar hadden de mensen voor ons net de hele collectie opgekocht! Bij de cave erna was de wijn ook veel minder lekker dus uiteindelijk gingen we met maar één flesje wijn terug naar de camping.

Nu stonden Michiel en Hanneke op een heel mooie, luxe camping. Er was wel één ding een beetje bijzonder: Het was een naturistencamping. We moesten dus bloot!

Schermafbeelding 2015-09-03 om 13.40.12

We harkten alle vlekjes en groentetjes bij elkaar en kookten een lekkere ratatouille met vleesjes.

Vanaf de plek waar we aten was een prachtig uitzicht, waar we heerlijk genoten van wijn en de zonsondergang.DSCF3490

Samen met de buren hebben we toen tot diep in de nacht een kaartspelletje gedaan, met vallende sterren over ons heen. Wauw.

Dag 16, 17 & 18: Gezelligheid in Cevennen deel 2

Het mooie van wildkamperen is dat je ’s ochtends echt supersnel kunt vertrekken. Omdat je van de Franse politie officieel niet mag kamperen – alleen overnachten, zorgen wij ervoor dat we altijd alles ’s avonds al hebben ingepakt. De volgende ochtend hoeft dan alleen het dak omlaag, de gordijntjes open en koffie gezet. Zo ook bij ons vertrek uit Malbosc!

Op zaterdag reden we lekker verder. Dwars door de Cevennen, en op naar nog een grot: de Dargilan. Het verhaal daarvan is dat een herder in 1880 een vos achterna ging en toen de ingang vond naar een enorme zaal: de Grotte Dargilan. En enorm was het, wauw. De foto’s doen geen eer aan de enormheid van de ruimte, wel kun je daarop de enorme hoeveelheid stalagmieten en stalactieten zien.

De mensen die ons rondleidden hadden op het einde nog een verrassing. We moesten achter elkaar nog een zij-grotje inwandelen, voordat ze het licht aandeden. En toen was daar… een enorme stalagmiet!

De grot lag aan de rivier de Jonte, waar ook Gorges van waren. Niet te vergelijken met de Gorges van Verdon, maar ook ontzettend mooi!

We reden nog een heel stuk langs die Gorges en kwamen toen in een mega toeristisch dorpje. Gelukkig hadden ze er niet zo extreem dure flensjes. Jasper nam er één met de specialiteit van de regio: kastanjes. En ik met chocola. Het was verrukkelijk.

Tijdens het flenzen besloten we naar een camping te gaan. Ik keek op internet en in de boekjes, en alle campings in de buurt bleken erg groot, duur en toeristisch. We vonden er eentje die wel betaalbaar was, tussen twee andere campings: camping les Peupliers in Peyreleau.

We kregen een klein plekje tussen twee populieren en tentjes.

En wat bleek? Even een trapje af en we waren in de Jonte!

Ons avondeten bestond uit allemaal restjes die we nog hadden: een beetje chorizo, ham, schapen- en geitenkaas en een tomaat. O, en omdat we flensjes hadden gegeten hadden we nog croissants over die we voor de lunch hadden gekocht! Smullen was het.

Tijdens het afwassen sprak ik met een Belgische man, die zich verbaasde over onze aankomst. Wat bleek? de Tour de France was tegelijk met ons aangekomen bij de Jonte! We waren erg verbaasd dat we daar niets van mee hadden gekregen: volgens mij zijn we precies erlangs gereden

Toen we trouwens aan kwamen rijden op de camping werden we heel enthousiast begroet door Linnaert, die ons later voorstelde aan Ine en hun kindje Ode! Ze nodigden ons uit voor het avondprogramma: een live optreden van een bandje dat op de camping stond. Linard en Ine deden zelf ook mee en ook Jasper heeft een liedje gezongen! Het was echt een feestje.

We kwamen erachter dat Linard van vissen hield, en specifiek van vliegvissen. Jasper werd meteen enthousiast, en voor ik het doorhad… spraken ze af om zondags HEEL vroeg op te staan om te gaan vissen!

Iedereen sliep nog, maar de mannen stonden om zeven uur al met hun voetjes in de Jonte.

Helaas was het niet gelukt mij te laten slapen, dus kon ik een foto maken!

Ine en Ode werden ook langzaam wakker…

en we bedachten het plan om samen naar de Chaos de Montpellier le Vieux te gaan; een rotsformatie in de buurt. Er was een wandeling van anderhalf uur die we graag zouden wandelen, ondanks dat het alweer heel heet was!

Met een beetje creativiteit konden we Ode vastsnoeren op onze achterbank en paste Linard en Ine er nog precies naast.

Linard was trouwens superstoer; hij droeg Ode de hele weg! En een parasol! Dat was best zwaar en behoorlijk warm.

De wandeling was prachtig, met ontzettend mooie uitzichten onderweg. Jasper had een gps-tracker aangezet, en dit was de route, van 8 km!

Schermafbeelding 2015-09-01 om 17.41.39

Ik had stokbroodjes gesmeerd, die we samen met 2 blikjes cola in een koeltasje hadden meegesjouwd. Halverwege konden we die even lekker smullen. Ode deed even een dutje. Het was warm.

Martel, een Franse grottendeskundige, had allemaal rotsen verschillende namen gegeven. Jasper poseerde onderweg met zijn lievelingsrots. Ik weet niet meer zo goed hoe die heette!

Het uitzicht onderweg was adembenemend. Het nadeel daarbij was wel dat je de hele tijd een berg op moest klimmen om dat uitzicht te kunnen zien! En dan was je weer net beneden en moest je weer omhoog. Ach, het was het allemaal waard.

Na het wandelen stelde Ine voor even te gaan zwemmen. En niet zomaar ergens, nee! Als je de Jonte volgde waarin de mannen hadden gevist, kwam je uiteindelijk bij de Tarn. Daar waar de rivieren samenkwamen was een heel mooi plekje met een mooie brug en lekker zwemwater. Op de foto zie je Linard en mij zwaaien:

’s avonds aten we een heerlijk visje, bereid door de eigenaresse van de camping. Helaas niet zelf gevangen, maar bijna net zo lekker.

De volgende ochtend (maandag 20 juli) moesten we echt weer gaan rijden, richting Nederland. Maarrrr dat hield Jasper niet tegen om nog de laatste kans te benutten om te vissen met Linard, terwijl iedereen nog sliep.

En toen was het tijd om verder te gaan!

Dit is trouwens de route van de laatste twee blogjes:

Schermafbeelding 2015-09-01 om 18.29.14

Berichtnavigatie